Glow
Glow sauna'sSauna Met Raam

Is sauna voor alle leeftijden ?

In Finland zeggen ze : wie naar de sauna toe kan lopen kan er ook gebruik van maken. Waarmee we maar willen zeggen : sauna is voor alle leeftijden. Als je geen specifieke gezondheidsklachten hebt ben je bijna nooit te jong en bijna nooit te oud voor de sauna.

Baby's zijn duidelijk wel te jong. Die zijn nog niet in staat hun eigen lichaamstemperatuur goed te regelen. Het aantal kinderen dat in ons land naar de sauna gaat is ook niet zo er groot. En als ze er al komen dan verblijven ze meer in het zwembad dan in de cabine. Veel kinderen kunnen de rust nog niet opbrengen om van de sauna te genieten. Dat kleine kinderen het niet zo lang kunnen uithouden in de cabine is overigens begrijpelijk. Ze krijgen naar verhouding veel meer warmte op hun huid dan volwassenen (die naar verhouding een veel groter huidoppervlakte hebben. Volwassenen mogen zo lang naar de sauna gaan als ze kunnen en willen.

Inademen hete lucht is niet gevaarlijk

Wanneer wij koude of warme lucht inademen wordt die altijd in het bovenste deel van de luchtwegen bevochtigd en qua temperatuur in overeenstemming gebracht met onze eigen lichaamstemperatuur. Tijdens het verblijf in de saunakabine wordt de hete lucht van 80 à 900 C die wij inade­men, door het slijmvlies van de mond-neus- en keelholte afgekoeld tot de normale lichaamstemperatuur. Om dit mogelijk te maken wordt het slijmvlies tijdelijk van veel extra bloed voorzien. Wel tot zeven keer de normale hoe­veelheid dan onder normale omstandigheden. Hierbij is vastgesteld dat het bloed dat vanuit het keelslijmvlies terugstroomt naar het hart, een belangrij­ke hoeveelheid warmte afvoert naar het binnenste van ons lichaam. Tijdens het verblijf in de cabine is de temperatuur in de longen 1 tot 2 graden hoger dan normaal. Door deze temperatuurstijgingen neemt het vermogen om zuur­stof in het bloed te binden af. Een andere reden waarom er toch al minder zuurstof kan worden opgenomen is het ijler worden van de lucht, die bij tem­peraturen van 60-80 graden Celsius al aanzienlijk is uitgezet en per kubieke meter ook minder zuurstof gaat bevatten. Bij uitgebreide onderzoeken is vastgesteld dat de slijmvliezen door de warme lucht in de sauna niet worden beschadigd of uitdrogen. Integendeel, slijmafscheiding in de luchtwegen wordt geactiveerd. Bij mensen met een chronische bronchitis werkt dit dus positief en raakt men het slijm makkelijker kwijt.

In tegenstelling tot wat mensen die de sauna niet kennen menen, haalt men door gebruik van de sauna dieper (en dus beter) adem. Bij onderzoek door longartsen kon herhaaldelijk een verbetering van ademha­lingswaarden worden vastgesteld. Ook mensen met (aanleg voor) astma kun­nen baat hebben bij de sauna. Noodzakelijk is natuurlijk wel dat er na de opwarmingsfase in de cabine steeds een goede- niet te oppervlakkige- afkoe­lingsfase volgt.

Zweten is belangrijk

De belangrijkste manier waarmee de mens zijn lichaamstempera­tuur constant houdt is door te "zweten". Als wij door middel van het afgeven en verdampen van zweet de overtollige warmte niet zouden kunnen kwijtraken, zou er in een zeer korte tijd een zo hevige kunstmatige koorts ontstaan met alle gevolgen van dien. De mens kan dit verduren dankzij de natuurwet die ons vertelt dat voor verdampen warmte nodig is. Deze warmte kunnen wij onttrekken aan de huid.

Meestal ontstaat het warmteoverschot niet omdat de omge­vingstemperatuur te hoog is (deze zou dan immers boven de 37 graden Celsius moeten liggen), maar doordat bij alle celprocessen warmte vrijkomt. Bij inspannende arbeid komt warmte vrij. De celactiviteit welke aan de spierar­beid ten grondslag ligt, berust op verbranding en bij verbranding komt warm­te vrij. Dit is niet alleen het geval bij inspannende arbeid, maar bij iedere acti­viteit, de constante opbouw en afbraak van cellen, het instandhouden van de bloedsomloop, het functioneren van het zenuwstelsel; er is geen moment dat het lichaam niet actief is en er dus geen warmte vrijkomt. Omdat de lichaam­stemperatuur constant rond de 37 graden Celsius moet liggen, wordt de warmte, vooral via de bloedstroom, naar de huid afgevoerd. In onze huid zit­ten, ingebed tussen de weefselcellen, de zweetklieren. En die zijn er in soor­ten. De Holocriene zweetklieren komen overal in de huid voor en zorgen vooral voor de warmteregulatie. Andere, de zgn. Apocriefe zweetklieren, zijn verantwoordelijk voor transpireren op specifieke plaatsen, zoals de oksels en de liezen.

De onaangename geur die bij transpiratie op die plaatsen wordt verspreid, wordt veroorzaakt doordat de in het zweet voorkomende stoffen door bacteriën worden omgezet. In de sauna is het zweet bijna uitsluitend afkomstig uit de Holocriene klieren. Dit zweet bestaat voor bijna 100 procent uit water met daarin opgelost een aantal zouten, voornamelijk keukenzout. Het is volkomen kiemvrij en ziekten kunnen niet via zweet worden overge­bracht.

Volwassen mensen hebben, over hun hele huid verdeeld, onge­veer twee miljoen zweetklieren. Onder normale omstandigheden wordt per dag ongeveer 50 gram water uitgezweet ( zeg maar een borrelglaasje vol) maar onder extreme omstandigheden, zoals hard werken in de tropen, kan deze hoeveelheid oplopen tot een liter per uur.

Tijdens onderzoek met een proefpersoon in een sauna is eens een zweetproductie aangetoond van drie liter per uur, in drie saunagangen van tien minuten!

Het saunabad blijkt een zeer gunstige invloed te hebben op de mate waarin men kan zweten. De zweetklieren, en daarmee het warmteregu­latiesysteem van het lichaam, worden in de sauna getraind onder exceptione­le omstandigheden. Veel mensen die voor het eerst in de sauna komen kun­nen nog slecht transpireren. Bij regelmatig saunabaden merken ze dat het zweet in stromen van hun huid afloopt. De zweetklieren hebben dan een training ondergaan die er ook voor zorgt dat ze ook beter tegen de warmte kunnen op extreme zomerdagen.

Als afsluiting van het saunabad is het echter wel raadzaam om de zweetproductie met een goede afkoeling te onderbreken, omdat men anders teveel gaat nazweten. Ook om deze reden is de afkoeling even belang­rijk als het verblijf in de saunakabine zelf.

Grote vochtverlies niet schadelijk

Een geoefend saunabader scheidt per minuut ongeveer 20 tot 40 gram transpiratievocht uit en verliest zo per saunabad ongeveer een halve tot anderhalve liter vocht. Door het aftappen van bloed in de verschillende sta­dia van het saunabad heeft men bij wetenschappelijke onderzoekingen kun­nen aantonen dat het uitgescheiden vocht in eerste instantie direct uit het bloed wordt afgezonderd. Het lichaam streeft er echter naar om de samen­stelling van het bloed zo constant mogelijk te houden.

Een uur na de sauna heeft het bloed , ook zonder dat wij gedronken hebben, haar normale vloeibaarheid al weer teruggevonden. Het hiervoor benodigde vocht wordt daartoe uit allerlei vet-, spier- en huidweef­sels onttrokken. Met het transpiratievocht worden ook melkzuren aan ons lichaam onttrokken, die bv. bij een grote lichamelijke inspanning in de spier­weefsels zijn achtergebleven. Het lichaam wordt zo door de van binnenuit aangevoerde bestanddelen van het transpiratievocht als het ware "schoonge­spoeld". Deze regelmatige opruiming van in de weefsels achtergebleven stof­wisselingsresten en van stoffen die hier na ziekteprocessen zijn blijven hangen, is een van de belangrijkste 'diepte-effecten' van het sauna-baden.

Om het verlies van zoveel vocht te compenseren wordt er door de nieren in en bepaalde periode na het saunabad minder vocht afgescheiden. De urine wordt daardoor meer geconcentreerd en donkerder van kleur. Wij kunnen datzelfde verschijnsel ook op warme zomerdagen constateren. Tijdens het saunabad zelf ontstaat er echter nog een grote druk op de nieren. Om te voorkomen dat nadien de werking van de nieren te veel wordt afgeremd kan men door drinken na afloop van het saunabad het verloren gegane vocht weer aanvullen. Dat is vooral van belang voor mensen met nierklachten. De goede "dieptewerking" van het saunabad wordt het minst verstoord als men dit drinken kan uitstellen tot na afloop van het saunabad. Het beste is om vruchtensap of thee te drinken. Alcohol wordt afgeraden. Het lichaam zal de alcohol snel opnemen in een herstellend lichaam. Datzelfde geldt overigens ook voor de nicotine uit tabak.

Sauna niet om af te slanken

Veel mensen die naar de sauna gaan, gaan voordat ze zich weer aankleden even op de weegschaal staan. In de hoop wat gewicht kwijt te zijn. Want dat moet toch wel na zoveel vochtverlies... En inderdaad! Dat is vaak het geval. En begrijpelijk is het ook, want vocht weegt en wie dus veel vocht ver­liest, verliest gewicht. Maar, zoals hierboven is beschreven, het lichaam zorgt er zelf voor dat de vochthuishouding snel weer op peil is. En daarmee ook het gewicht weer terug is op het oude niveau. Waarmee maar gezegd wil zijn, dat sauna geen middel is om af te slanken.